|
OPTICAL DETECTORS
Hardware
documentatie
Datum: 2007/07/03, Optical detectors versie
1.0
Inleiding:
Onderstaand
de schema's en print layouts van 2 PCB's voor de optische detectoren.
De
werking van de schema's worden niet besproken en mogen niet zonder
schrifelijke toestemming van de KNSB en Anatec worden nagemaakt.
Deze informatie dient als technische documentatie bij de set optische
detectoren.
Reflector
PCB:
De
kleine print is bedoeld voor in de verwarmde middenreflector. Deze
print bevat slechts een laadcircuit, een aan/uit schakelaar, een
ontladingsindicator en verwarmingsweerstanden.


Binnen-
en buitenbaan PCB:
De grote
print is bedoeld voor zowel de binnenbaan opnemer als de buitenbaan
opnemer. De toepassing ervan is echter verschillend en niet alle
elektronika op deze print wordt in beide gevallen gebruikt. De print
is wel volledig bestukt, zodat uitwisseling als reservercomponent
tussen beide opnemers vrij mogelijk is. Het verschil in functionaliteit
wordt louter bepaald door de aangesloten bedrading, die nadrukkelijk
verschilt tussen de binnenbaan opnemer en de buitenbaan opnemer.


Middenreflector:
Voor de
middenreflector is een verkleinde print ontworpen. Alle componenten
en aansluitingen van deze print worden gebruikt.
(1)
POWER:
De POWER
connector wordt via een rode (+) en een zwarte (GND) draad aangesloten
aan de laadconnector XLR-3/180-female-chassis (1a).
Rood: pin 1-XLR, zwart pin 2-XLR.
(16)
HEATR:
De HEATR
connector wordt via 2*2 dunne blauwe draden aangesloten aan 2*3*
560 of 680 Ohm (16a) (16b)
weerstanden. Deze weerstanden dienen als verwarming en worden aan
de achterzijde van de reflectorplaatjes gelijmd.
(4)
SWITCH:
De SWITCH
connector wordt via een bruine, gele en blauwe draad aangesloten
aan de tuimelschakelaar (4a).
De gele draad dient als middencontact.
(5)
BATTERY:
De BATTERY
connector wordt aangesloten aan de 12V NiCad accu (5a)
(6)
LED GR:
De LED
GR connector wordt aangesloten op een groene power LED. Zolang de
groene LED oplicht is de NiCad accu nog voldoende opgeladen.
(7)
LED RD:
De LED
RD connector wordt aangesloten op een rode power LED. Als de rode
power LED brand is de NiCad accu bijna leeg en is herlading gewenst.
Afregeling:
Op deze
print zijn 2 afregelingen noodzakelijk.
Afregeling
laadstroom/spanning NiCad accu:
1. Verwijder
de NiCad accu van connector (5)
en verwijder de jumper (11)
2. Sluit
de laadstroom aan via de XLR connector (1a)
3. Meet
de inkomende laadspanning tussen pin 1 en de behuizing van IC(13).
Deze spanning moet >= 17V bedragen.
4. Meet
de NiCad laadspanning af tussen pin 2 en de behuizing van IC(13).
De spanning dient met potmeter (12)
afgeregeld te worden op 14.0V.
5. Meet
nu de kortsluitstroom tussen pin 2 en de behuizing van IC(13).
Deze kortsluitstroom hoort circa 200mA te bedragen.
Afregeling
NiCad laadbewaking:
1. Met
potmeter (15) kan
het omslagpunt tussen de groene LED (6)
en de rode LED (7)
worden ingesteld. Deze dient zodanig te worden ingesteld dat de
uitsluitend de groene LED (6)
brandt, als de NiCad accu volledig is opgeladen. De rode LED (7)
is dan net gedoofd.
NB: Ook
als op de kast slechts een van beide LED's zichtbaar wordt afgemonteerd,
dienen wel beide LED's te worden aangesloten.
Binnenbaan
opnemer:
Bij de
binnenbaan worden alle aansluitingen op de grote print gebruikt.
(1)
POWER:
De POWER
connector wordt via een rode (+) en een zwarte (GND) draad aangesloten
aan de laadconnector XLR-3/180-female-chassis (1a).
Rood: pin 1-XLR, zwart pin 2-XLR.
(2)
ETNET:
DE ETNET
connector wordt gebruikt voor de signaalverbinding (I en/of O) tussen
de binnenbaan opnemer en de buitenbaanopnemer. De zwarte (GND) draad
loopt naar pen 3 van de XLR-3/180-male-chassis (2b).
De blauwe
draad wordt aangesloten tussen pen 2 van de XLR connector en pen
4 (O-output!) van het aansluitblok 2. Deze draad geeft het detectorsignaal
van de binnenbaanopnemer via het ijs en via de buitenbaanopnemer
door aan het vaste ET kabelnet.
De
gele draad wordt aangesloten tussen pen 1 van de XLR connector en
pen 3 (I-input) van het aansluitblok (2).
Deze draad vormt een doormelding tussen de buitenbaanopnemer en
de binnenbaanopnemer mogelijk, zodat beide indicator LED's op beide
opnemers kunnen functioneren. NB: De externe verbinding tussen beide
opnemers door het ijs is optioneel en niet strikt noodzakelijk voor
een goed functioneren van het systeem.
NB:
Let erop dat op aansluitblok (2)
de blauwe en de gele draad andersom zijn aangesloten als bij de
buitenbaan opnemer!
NB:
Bij de binnenbaan opnemer is pen 1 van het aansluitblok (2)
(rode voedingsdraad) niet aangesloten. De voeding komt immers uit
de NiCad accu en niet uit het vaste ET kabelnet.
(3)
SICK:
De
SICK connector wordt gebruikt voor de aansluiting van de Sick optische
detector (3a).
De aansluitvolgorde is 1) rood (+), 2) zwart (GND) en 3) geel (Signal).
NB:
De bruine alarmindicator van de Sick detector wordt niet aangesloten.
(4)
SWITCH:
De SWITCH
connector wordt via een bruine, gele en blauwe draad aangesloten
aan de tuimelschakelaar (4a).
De gele draad dient als middencontact.
(5)
BATTERY:
De BATTERY
connector wordt aangesloten aan de 12V NiCad accu (5a)
(6)
LED GR:
De LED
GR connector wordt aangesloten op een groene power LED. Zolang de
groene LED oplicht is de NiCad accu nog voldoende opgeladen.
(7)
LED RD:
De LED
RD connector wordt aangesloten op een rode power LED. Als de rode
power LED brand is de NiCad accu bijna leeg en is herlading gewenst.
(8)
CHIPX:
Via de
CHIPX connector kan de optocoupler van een speciale ChipX transponder
worden aangesloten. Deze kan dienen als wireless transmitter in
geval de binnenbaan opnemer wordt toegepast zonder bedrading door
het ijs.
(9)
OUTER:
De OUTER
connector kan gebruikt worden voor een LED signaalindicator, in
dit geval voor de lichtstraalonderbreking van de binnenbaan! De
OUTER indicator is in dit geval gecorreleerd met het signaal van
de Sick detector (3a)
en is onafhankelijk van extern aangesloten bedrading.
(10)
INNER:
De INNER
connector kan gebruikt worden voor een 2e LED signaalindicator,
in dit geval voor de lichtstraalonderbreking van de buitenbaan!
De INNER indicator is in dit geval gecorreleerd aan het signaal
van de buitenbaanopnemer en is afhankelijk van extern aangesloten
bedrading.
NB: Zonder
3-aderige bekabeling door het ijs kan deze indicator niet worden
gebruikt.

Afregeling:
De
afregeling van de grote print is identiek aan de afregeling van
de kleine print voor de middenreflector. (zie boven).

Detail
van de XLR aansluitpluggen en de aan/uit schakelaar in de binnenbaanopnemer.
De bedrading correspondeert met de afbeelding hierboven.
Buitenbaan
opnemer:
Bij de
buitenbaan wordt slechts een deel van alle aansluitingen op de grote
print gebruikt.
(2)
ETNET:
DE ETNET
connector wordt primair gebruikt voor de koppeling met het vaste
ET kabelnet via een XLR-5/180-female-chassis (2a).
Er lopen 4 aansluitdraden van de XLR-5 connector naar het aansluitblok
(2):
blauw
tussen XLR-5 pin 1 en het aansluitblok ETNET pin 3 (I)
geel tussen
XLR-5 pin 2 en het aansluitblok ETNET pin 4 (O)
zwart
tussen XLR-5 pin 3 en het aansluitblok ETNET pin 2 (GND)
rood tussen
XLR-5 pin 4 en het aansluitblok ETNET pin 1 (+)
Tevens
wordt de ETNET connector gebruikt voor de signaalverbinding (I en/of
O) tussen de binnenbaan opnemer en de buitenbaanopnemer. De zwarte
(GND) draad loopt naar pen 3 van de XLR-3/180-male-chassis (2b).
De blauwe draad wordt aangesloten tussen pen
2 van de XLR-3 connector en pen 3 van het aansluitblok
(2). De gele draad wordt aangesloten tussen pen 1 van de
XLR-3 connector en pen 4 van het aansluitblok (2).
(3)
SICK:
De
SICK connector wordt gebruikt voor de aansluiting van de Sick optische
detector (3a).
De aansluitvolgorde is 1) rood (+), 2) zwart (GND) en 3) geel (Signal).
NB:
De bruine alarmindicator van de Sick detector wordt niet aangesloten.
(9)
OUTER:
De OUTER
connector kan gebruikt worden voor een LED signaalindicator, in
dit geval voor de lichtstraalonderbreking van de buitenbaan. De
OUTER indicator is direct gecorreleerd met het signaal van de Sick
detector (3a) en is
onafhankelijk van extern aangesloten bedrading.
(10)
INNER:
De INNER
connector kan gebruikt worden voor een LED signaalindicator, in
dit geval voor de lichtstraalonderbreking van de binnenbaan. De
INNER indicator is gecorreleerd aan het signaal van de binnenbaanopnemer
en is afhankelijk van extern aangesloten bedrading, cq. het gebruik
van een 2-kanaals systeem.
NB: Deze
indicator werkt feitelijk als monitor van het I-kanaal op het vaste
ET-kabelnet en zal reageren op elke onderbreking van het I-kanaal.
Deze onderbreking kan ook door andere aangesloten opnemers of handdrukkers
worden veroorzaakt.

Instelling
van de Sick detectors:
De toegepaste
Sick optische detectors zijn van het type WL24-2V240S03.
Draaischakelaars
t0 (33), t1 (34)
en t2 (35):
De draaischakelaars
t0 (33), t1
(34) en t2 (35)
staan fabrieksmatig correct ingesteld op 0. t1 en t2 betreffen respectievelijk
een reaktietijdvertraging bij de voor- en achterflank van het signaal.
Uiteraard is geen vertraging gewenst.
De
dipswitches H/D (31) en NPN/PNP (32):
De dipswitches
H/D (31) en NPN/PNP
(32) bepalen de uitgangspolariteit
en dienen beiden te worden omgezet, zoals onderstaand is afgebeeld
(D, NPN).
De
gain regelaar (36):
De gain
regelaar (36) bepaald
de storingsgevoeligheid versus reikwijdte van de detector. Welke
instelling hiervoor correct is, is nog niet bekend. Voorlopig is
de fabrieksinstelling ongewijzigd gelaten.

Aansluitingen
aan de Sick detector:
Via de
wartel zijn 4 aansluitdragen aangebracht:
Rood
(41) : Voeding
+10..+30V
Zwart
(42): GND
Geel
(44): signaal
uitgang (max. 100mA)
Bruin
(43): alaram
uitgang (voor aansturing instellings LED)
NB: De
alarm uitgang wordt voorlopig niet gebruikt.

Testopstelling:
Er
is een 2 kanaals testopstelling gerealiseerd, waarbij de binnen-
en buitenbaanopnemers via een 3-draads (ijs)kabel met elkaar zijn
verbonden. Daarmee is het mogelijk om op beide opnemers, zowel de
status LED's (9) en (10) voor de binnenbaan en de buitenbaan aan
te sluiten. De LED's (9) OUTER-TRACK werken als paar en de LED's
(10) INNER-TRACK werken als paar.
Materialen:
Als
aansluitdraden is 0.5mm2 snoer gebruikt:
Zwart:
RS 361-579
Rood:
RS 361-614
Geel:
RS 361-636
Blauw:
RS 361-585
Bruin:
RS 361-591
Teflon
aansluitsnoer voor de verwarmingsweerstanden: Farnell 1184022
Crimp
aansluitingen 0.5mm2: Farnell 9972218
|