-Print-  
   
 

AMB bediening

Laatste update: 2008-01-01 (versie 14.06b)

De documentatie op deze webpage beschrijft het gebruik van de AMB software interface, zoals die is geintegreerd in ETWClock (vanaf versie 10.16).

De AMB interface dialoog biedt voornamelijk visuele informatie over de ontvangen transponderdata. De interface vereist eigenlijk geen aparte bediening. De bediening van ETWClock hoort te verlopen via het hoofdscherm en vooral de IJsbaan bedieningsdialoog.

De AMB interface is van boven naar onder in 4 delen opgebouwd:

  • Taakbalk, met nog alleen de functieknop (35) voor het aanroepen van de editor, waarmee de startlijst/deelnemerslijst kan worden geassocieerd met transpondernummers.
  • De interface, met onder andere de tussentijden (13), zoals die van de AMB transponders afkomstig zijn.
  • De visualisatie van de logfile, waarop de interne afhandeling van de ontvangen transponderdata kan worden gevolgd. (Vanaf versie 11.03 is dit scherm in een linker en rechter gedeelte gesplitst.)
  • De controlbalk, waarop de AMB driver(33) en de AMB logfile (34) aan- en uit kunnen worden. De optie SaveLogFile wordt opgeslagen in het configuratiebestand. Met de nieuwe optie (versie 10.23+) "Scroll down/laatste" is het mogelijk om de log-entries automatisch te laatste doorscrollen tot de laatste entry.

NB (2005-03-19):

Voor de conversie van de tijdcode afkomstig van de AMB transponders is het noodzakelijk dat bij de Windows Reginal Settings de "decimal separator" ingestelt staat op een "." (punt) i.p.v. een komma. Als dat laatste onverhoopt het geval is, worden alle AMB-decodertijden tot "00:00.00" geconverteerd als gevolg van een StrToFloat versiefout.

Taakbalk:

Koppeling tussen startnummers en transpondernummers:

Wanneer de functieknop "Edit startlijst" (35) wordt aangeklikt, verschijnt op de plaats van de logfile een standaard memoveld editor, waarmee de koppeling tussen startnummers en transpondernummers kan worden aangepast.

Aan elk startnummer kunnen maximaal 2x4 transpondernummers worden verbonden. Hiermee kan een ploeg van maximaal 4 schaatsenrijders met een enkel startnummer worden geassocieerd. Deze asssociatie vormt de koppeling waarmee ETWClock weet aan welke rijder een transpondertijd toegekend moet worden. Als de betreffende associatie niet wordt gevonden, wordt de transponder genegeerd.

DID DeviceID (20):

Tevens wordt bij het betreffende startnummer aangegeven van welke AMB receiver interface de transponderdata afkomstig moet zijn. Dit heet de DeviceID (DID) (20). Hierdoor is het mogelijk onderscheid te maken tussen een antennelus bij de start 1000m en bij de finish 1000m.

Vanaf versie 10.23 is de optie "DecoderID herladen" toegevoegd. Deze optie moet aan staan om de DecoderID uit de A-file te laten lezen en daarmee de DecoderID te koppelen aan de deelnemer. Als deze optie uit staat, blijft de DecoderID onveranderd bij het wisselen van een rit of afstand. De DecoderID waarden worden opgeslagen in het configuratiebestand *.ini.

Pass (17):

Ook wordt per startnummer aangegeven welke hoeveelste passage als doorkomst telt (Pass)(17). Als PassWt = 3 staat ingesteld, betekent dit dat de 3e rijder van een team tijdbepalend is. Bij normale langebaanwedstrijden geldt uiteraard altijd dat Pass = 1 moet zijn ingesteld.

 

Verwisselen van transponders tijdens de wedstrijd: (2008-01-01)

Het kan voorkomen dat 1) een transponder aan de verkeerder rijder is uitgegeven of 2) er een rijder wordt toegevoegd nadat de transponder A-file definitief was gemaakt.

In het 1e geval moet de transponder toewijzing van 2 deelnemers verwisseld worden:

1. Open "Edit startlijst" (35)

2. Verander uitsluitend de corresponderende startnummers (=1e veld van een regel, die niet begint met "#") van de betreffende 2 rijders. Laat alle overige velden in de memo-editor onveranderd!

3. Zorg dat er minimaal 1 ritwisseling heeft plaatsgevonden. Alleen bij de ritwisseling (PairNo +/-1) wordt de transponder associatie geladen.

4. Save de aanpassingen in de memo-editor, anders zouden de veranderingen bij het laden van een nieuwe afstand weer verloren gaan.

In het 2e geval moet een rijder worden toegevoegd. Gebruik daarvoor een reserve transponderset met startnummer 999.

1. Open "Edit startlijst" (35)

2. Verander een 999-startnummer is het startnummer van de betreffende extra deelnemer en geef de bijbehorende transponderset uit.

3. Zorg dat er minimaal 1 ritwisseling heeft plaatsgevonden. Alleen bij de ritwisseling (PairNo +/-1) wordt de transponder associatie geladen.

4. Save de aanpassingen in de memo-editor, anders zouden de veranderingen bij het laden van een nieuwe afstand weer verloren gaan.

Indeling syntax memoveld: (2008-01-01)

Het memoveld is niet voorzien van syntax checking en de editor dient zich dan ook strikt aan de layout te houden, anders zal onvoorspelbaar gedrag ontstaan of kunnen systeemfouten optreden.

Het invoegen van tekst en commentaarregels is toegestaan, mits de regel niet begint met een (geldig) startnummer op de eerste 3 posities van de regel.

Het memoveld in ingedeeld in de volgende kolommen:

  • (22) Pos 1 t/m 3: Startnummer
  • (23) Pos 5 t/m 7: Pass
  • (24) Pos 9 t/m 11: AMB DeviceID
  • (25) Pos 14 t/m 23: Transpondernummer1-Links
  • (26) Pos 24 t/m 33: Transpondernummer1-Rechts
  • (27) Pos 34 t/m 43: Transpondernummer2-Links
  • (28) Pos 44 t/m 53: Transpondernummer2-Rechts
  • (29) Pos 54 t/m 63: Transpondernummer3-Links
  • (30) Pos 64 t/m 73: Transpondernummer3-Rechts
  • (31) Pos 74 t/m 83: Transpondernummer4-Links
  • (32) Pos 84 t/m 93: Transpondernummer4-Rechts

De editsessie van het memoveld wordt afgesloten door via een rechtermuisklik een popup menu op te roepen.

Dit popup menu heeft slechts 2 menu items:

  • Close edit
  • Save file

De filenaam en het filepad kunnen niet vrij worden gekozen, maar zijn een-op-een gekoppeld aan de actieve afstand. De filenaam begint met de letter A. Dus bijvoorbeeld bij de 1500m, 7e afstand hoort impliciet de filenaam A1500.D07

Voorlopig verwijst het pad impliciet naar de LocalDir.

#----- Pair I Snr LongName Code Cat
#SN Pas DID Trans-L1 Trans-R1 Trans-L2
#-------------------------------------
#-PAIR: 001 I 008 Wouter Borst DH HN3
## 109 101468565 104927779
008 001 003 CR-05269 GW-64483
#-----: 001 O 031 Michel Mulder DV HN3
## 110 101558412 102498050
031 001 003 CR-95116 FH-34754


Elke regel beginnede met "#"is slechts commentaar voor de leesbaarheid van de A-files. De inhoud van hun velden is irrelevant.

Het startnummer staat in de 1e kolom van de transponder assignment regel.

Bedieningspaneel:

Het bedieningspaneel van de AMB interface toont links de tussentijden (13), zoals die via de transponders zijn geregistreed. Er zijn in deze interface geen rondetijden zichtbaar, evenmin als een lopende klok. Beiden zijn normaal zichtbaar in het ETWClock hoofdscherm. De laatste tussentijd (13) blijft getoond, totdat deze wordt overschreven door een nieuwe tijd.

"Reject" (14) en "Actief" (16) knoppen:

Alleen als het betreffende balletje (15) zichtbaar is, zijn de transponders van de betreffende deelnemer in de software geactiveerd. Deze aktivatie en deactivatie verloopt normaal gesproken volautomatisch. (Raadpleeg de webpagina AMB Transponders, voor meer uitleg hierover).

Ook handmatig kan de AMB transponder interface middels de "Reject" (14) en "Actief" (16) buttons, tijdelijk gedeactiveerd en weer geactiveerd worden. De praktijk moet uitwijzen of deze knoppen regelmatig nodig zijn, maar waarschijnlijk hoeven ze nauwelijks gebruikt te worden.

Bijzondere bijkomende funktie van de "Aktief" knop (16) is dat bij het aanklikken van deze knop de teller die bijhoudt hoeveel rijders van een ploeg de finishlijn reeds gepasseerd zijn, gereset wordt. Gebruik hiervan kan handig zijn als een ploeg uit elkaar is gevallen en de rijders daarna verdeeld over de baan rondrijden. Er zou dan onduidelijkheid kunnen ontstaan over de interne automatische teller.

De vraag dient zich aan waarom naast de volgorde-queue van de ijsbaandialoog ook nog een arm/reject indicatie noodzakelijk is, wanneer met transponders wordt gewerkt.
In geval van de ploegenachtervolging heeft de arm/reject indicatie een belangrijke functie. Na de finish moet worden voorkomen dat tijdens het uitrijden nog meer tijden geregistreerd worden, of dat voor de start al tijden worden geregistreerd. Dit laatste probleem geldt des te meer voor afstanden, waarbij gestart wordt op de antennelus (team-persuit, 333m-baan, 10Km).
Deze arm/reject functie loopt in een aantal situaties niet synchroon met de bestaande functionaliteit van de volgorde-queue van de ijsbaandialoog.

De transpondernummers van de rijder met de witte band staan in de comboboxen Trans# WiL (18)(linker been transponder) en in Trans# WiR (19)(rechter been trasnponder).

Per combobox kunnen in de lijst 4 transpondernummers voorkomen. Het bovenste transpondernummer van de lijst is zichtbaar in het tekstveld van de combobox.

Door te dubbelklikken op een combobox verschijnt de mini-transpondereditor (21). Hiermee kan de lijst worden aangepast.

NB: Strikt genomen is het hiermee mogelijk de lijst langer dan 4 transpondernummers te maken, maar dit is niet de bedoeling. Ook op deze mini-editor zit geen syntax check.

 

Transponder checking van rijder op de inrijbaan (versie 11.03+):

Om de correcte werking van transponders voorafgaand aan de rit te kunnen vaststellen is een automatische checking toegevoegd voor transponders van rijders op de inrijbaan. Normaal worden alle transponderpassages van rijders buiten de aktuele rit verworpen. Nu worden ook de transponders van de direct volgende ritten gevolgd en op volgorde van de startlijst in een lijst (sub4) geplaatst, waaruit onmiddelijk kan worden afgeleid of de betreffende transponders gesignaleerd worden. Bij elke passagedetectie wordt de timestamp van de betreffende transponder herzien. Zolang de timestamp ontbreekt is de betreffende transponder nog altijd niet gedetecteerd. Omdat de transponders gesorteerd staan op volgorde van de startlijst en voorzien zijn van de rijdernaam kan eenvoudig worden vastgesteld bij welke rijder zich eventuele problemen voordoen.

Voor de actuele rit wordt in de transponder-combobox (sub2) middels de kleur aangegeven of er mogelijk problemen te verwachten zijn. Indien nog niet alle transponders van de betreffende rit gesignaleerd zijn, wordt de combox rood gemarkeerd. Dit kan duiden op problemen, maar het is theoretisch natuurlijk ook mogelijk dat de rijder niet eerder de finishlijn gepasseerd heeft. Het systeem beschouwd ten minste 1 gedetecteerde passage als OK; er wordt niet gekeken naar het tijdmoment van de timestamp. Deze check wordt automatisch uitgevoerd bij elke volgende rit indien de checkbox "AutoCheck LookAHead" (sub3) is aangevinkt. Via de Check buttons (sub1) kan deze check ook-desgewenst tijdens de rit- handmatig worden aangeroepen.

De Forceer-knop (40) (versie 11.11+):

Nadat op de "Forceer"-knop is gedrukt zullen de eerste 2 volgende transponders worden geaccepteerd als de actieve transponders van de betreffende rijder. De bijbehorende finishpassage wordt ook direct als tussentijd verwerkt. Deze functie kan handig zijn om een foutief geregistreerde transponderset "live" te herstellen. Voorwaarde is wel dat tussen het moment van activatie van de "Forceer"-knop en de bedoelde rijders, geen andere rijders met andere transponders de finish passeren (ook niet op de inrijbaan). Of de functie op een bepaald moment nuttig toegepast kan worden, hangt dus volledig af van de unieke finishpassage van de betreffende rijder. Tijdens de activatiefase zijn de transpondervelden (41) en (42) tijdelijk geel gemarkeerd.

 

Automatisch omschakelen tussen transpondertijden en optische finish detectoren (versie 11.11+):

Indien de AMB-transponders leidend zijn, wordt vanaf versie 11.11+ alsnog gekeken naar de tussentijden van de optische finish detectoren. Indien die signalen beschikbaar zijn zullen de finishtijden van beide bronnen worden vergeleken. De transpondertijd heeft daarbij prioriteit, maar indien deze onverhoopt ontbreekt (47), wordt alsnog de tijd van de optische detector genomen. In dat geval wordt de tussentijd rood gemarkeerd (44).

Als beide tijden beschikbaar zijn wordt het tijdverschil in de LogFile geschreven (46).

Het mechanisme van automatische selectie wordt geregeld via een timeout-queue. Dit veroorzaakt wel enige tijdvertraging bij de finishpassage.

Compoort instellen:

De AMB receiver interface kan voorlopig nog alleen via RS232C worden aangesloten. Op het tabblad Com-poorten kan dit worden ingesteld. De standaard baudrate is 9600 baud, 8 databits, 1 stopbit. De hardware interface maakt gebruik van full-hardware handshaking. Een null-modem kabel kan niet worden toegepast. Alle RTS en CTS bits moeten aangesloten worden.

Bij de ploegenachtervolging worden 2 antennelussen gebruikt en zijn 2 AMB receiver interfaces noodzakelijk. Elk hebben ze een eigen Com-poort. De dialoog biedt alleen de mogelijkheid om de poort met het laagste poortnummer (12) in te stellen. In geval van ploegenachtervolging wordt impliciet verondersteld dat de 2e AMB reciever interface is aangesloten op het daaropvolgende poortnummer. Dus in onderstaand voorbeeld is dat COM5 en COM6.

Opties AMB Transponders:

De opties van de AMB transponderinterface kunnen ingesteld worden via het tabblad AMB Transponders (1) van de configuratie dialoog (“instellingen aanpassen”). Zie Instellingen AMB Transponders.

Optie Enable IP-finish: (2008-01-01):

Ten behoeve van TV is de optie Enable IP-finish toegevoegd om sneller de tijden bij en finish passage beschikbaar te krijgen.

Enable IP-Finish werkt correct, echter met een paar beperkingen, waarin Enable IP-finish NIET gebruikt kan/mag worden:

1) Ploegenachtervolging

2) Auto override missing transpondertijd, door een optische passage

3) Het gebruik van de Forceer-knop

Bedienings protocollen WCF 2006:

Optische detector wisseling
- AMB antenne 500m losmaken (binnen in jurykamer direct op de decoder)
- Draadloze opnemers op de baan plaatsen

--- (tijdens de rit / tussen de rit door: let op foto-finish!)
- Optie AMB-Leading uitzetten,
- Optie NoMicroClock uitzetten

1000m Wisseling:
- Verwissel antennelus 500m en 1000m op de AMB decoder in de jurykamer
- Informeer Arend over verwisseling IP .203 en .202
- Wissel foto-finish instelling van 500m naar 1000m

- Wissel baan-schakelaar naar 1000m
- Test de 1000m antennelus


100m Wisseling:
- Stel het scoreboard in op 100m-3-in-de-baan
- Optie ijsbaan StartBeideParen aanzetten

- Optie kwartet aanzetten

100m Encoding:
- Baanplaatsing en encoding in SARA/ETWClock:
- Row[3]=Wh, encode official Wh-armband in SARA as Wh
- Row[4]=Rd, encode official Yw-armband in SARA as Rd
- Row[5]=Yw, encode official Rd-armband in SARA as Yw


 

   

Menu

Home
Versies en updates

     Versie 15.x 2008/2009

     Versie 14.x 2007/2008

     Versie 12.x 2006/2007

     Versie 11.x 2005/2006

     Versie 10.x 2004/2005

     Versie 9.x 2003/2004

Instellingen

     Wedstrijd Type

     IJsbaan bediening

     AMB Transponders

     Directories

     Live HTML

MicroClock

     Hardware

     Software

     Ploegenachtervolging

     Inputbox

     Switchbox

Optical detectors

     Hardware

Scorebord

     Anatec Eindhoven

     Anatec Standaard

     Anatec Thialf

     Configuratie
     Deventer

     PMG_Sign
IJsbaan

     IJsbaan bediening

AMB

     AMB Transponders

     ChipX scherm

     Mass Start scherm

     FotoFinish scherm

     AMB Testresultaten

     AMB Bediening

     AMB Bekabeling

Technische informatie

     Remote communicatie

     Bronbestanden