-Print-  
   
 
AMB Transponders

Laatste update: 2008-01-01

De documentatie op deze pagina beschrijft de mogelijkheden van het gebruik van transponders in combinatie met de MicroClock. In dit geval betreft het transponders van het fabrikaat AMB ChipX. Er zijn ook contacten met transponders van ChampionChip, maar deze zijn nog in het eindstadium van ontwikkeling.

Doelstelling en context:

Met de officiele erkenning van de ploegenachtervolging als Olympische wedstrijd is plotseling een dringende behoefte ontstaan aan alternatieve tijdmeetapparatuur voor schaatswedstrijden, waarbij de finishregistratie niet plaats vindt met behulp van optische detectoren. Dit uiteraard, omdat het met de huidige methode van detectie niet mogelijk is om eenduidig de finishpassage van de 3e rijder uit een ploeg van 3 of 4 man vast te stellen. Bekend zijn twee alternatieven, 1) gebaseerd of fotofinish apparatuur en 2) gebaseerd op transponders.

Belangrijk nadeel van fotofinish apparatuur is dat deze niet realtime werkt en een nauwkeurige plaatsing van cameraappatuur vereist. Ofschoon veel automatisering mogelijk is, moet met tussenkomst van een menselijke interface achteraf de eindtijd worden vastgesteld. Dit proces kan tegenwoordig veelal binnen 1 of enkele minuten plaatsvinden, maar dat is niet voldoende voor realtime toepassingen. Voor aansturing van televisie of een scorebord is realtime finishdetectie een vereiste.

Transponders leveren wel (semi) realtime tijdinformatie. Minimaal is een betrouwbare detectie noodzakelijk met een nauwkeurigheid van 10ms (1/100 s.) of beter. Na een periode van testen en verder ontwikkelen heeft AMB het ChipX transpondersysteem op de markt. AMB ChipX kan de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van een optische finishdetector nagenoeg evenaren. Ten aanzien van het zogenaamde "stepover" probleem is ChipX superieur aan optische detectie.

 

AMB Transponder interface:

In ETWClock is een volledige interface voor transponders van AMB ChipX geimplementeerd. Deze interface werkt alleen in combinatie met de MicroClock en bijbehorende "IJsbaan bediening". De interface is zowel geschikt voor gewone langebaanwedstrijden (enkele ritten of kwartetten), als ook voor de ploegenachtervolging.

Omdat de AMB transponders werken in samenwerking met een MicroClock systeem, ondersteunt de interface 2 modi:

1) waarbij de MicroClock ook gebruik maakt van bestaande optische finishdetectoren. Hierbij blijft de MicroClock leidend en worden de transponders slechts gebruikt als backup tijdwaarneming.

2) waarbij de tijd van de AMB transponders leidend is. De MicroClock verzorgt slechts de lopende tijd en optische finishdetectoren zijn optioneel en kunnen dus achterwege blijven.

In beide gevallen kunnen de tijdresultaten van de MicroClock (optische finish detectoren) en de AMB transponders via de log-files worden vergeleken. Zodoende kan een beeld worden verkregen over de nauwkeurigheid van het transponder systeem.

Werkingsprincipe:

De antennelus en spatiele onnauwkeurigheid:

Ter hoogte van de finishlijn wordt in het ijs een eenvoudige lusantenne aangebracht. Deze lusantenne bestaat uit een enkele draad op (26+25) cm voor de finishlijn en een enkele retourdraad op (26-25) cm voor de finishlijn.

De antennedraad vormt aan de binnenzijde van de baan een gesloten lus. Aan de buitenzijde van de baan worden de beide uiteinden van de antenne aangesloten op een ChipX signaaldecoder van AMB. (Dit gaat via een coax kabel met een maximale lengte van 100 m).
De antenne veroorzaakt een detectieveld, dat maximale gevoeligheid heeft in het midden van de lus, in dit geval op 26 cm voor de finishlijn.

Normaal gesproken strekt de antenne over de gehele breedte van de baan. Dit heeft tot gevolg dat niet alleen rijders in de wedstrijdbaan, maar ook rijders in de inrijbaan door het systeem gedetecteerd zullen worden. De software zal hierop dus achteraf moeten filteren. Tevens zal duidelijk zijn, dat het systeem geen onderscheid kan maken tussen binnenbaan en buitenbaan.

Bij de ploegenachtervolging zijn overigens 2 antennelussen noodzakelijk, een bij de start 1000 m en een bij de finish 1000 m. Voor elke antennelus is een aparte AMB ChipX decoder nodig.

Verbinding met de jurykamer:


Voor de verbinding met de jurykamer kan geen gebruik gemaakt worden van een eventueel aanwezig ET-kabelnet, maar moet aparte bekabeling worden aangelegd. De AMB transponder interface staat met een kabel in verbinding met de MicroClock Inputbox van waaruit het startsignaal aan de AMB transponder interface wordt geleverd. Dit startsignaal is essentieel.
Een tweede kabel verbindt de AMB transponder interface met de ETWClock PC en levert het datasignaal, waarover transpondercode en tijdinformatie wordt aangeleverd. Dit kan over RS232C of over 10/100Mb Ethernet. In beide gevallen liggen de lokaties van jurykamer en AMB transponder interface (bij start en finish 1000m) dusdanig ver uit elkaar, dat tussenversterkers of Ethernet HUB’s/repeaters noodzakelijk zijn om het signaal betrouwbaar over te dragen. Eventueel zou hier ook gedacht kunnen worden aan draadloos RS232 of draadloos Ethernet. De AMB decoders vereisen 230VAC netspanning. Er is dus zowel bij de start 1000m als bij de finish 1000m netspanning noodzakelijk. Overigens kunnen in 1 TSB-unit, maximaal 3 decoders en 1 controller langs de baan worden geplaatst. Zo wordt in Thialf Heerenveen met 4 TSB's en een totaal van 12 lussen gewerkt.

 

Transponders om beide enkels van de schaatsenrijder:


De schaatsenrijder draagt om de enkel van zowel het linker als het rechterbeen een aparte transponder met elk een unieke code. In verband met de vereiste gevoeligheid is het dragen van een transponder laag bij het ijs gewenst. Montage net boven de enkel is voldoende dicht bij de antenne en levert voldoende signaalsterkte. Het is belangrijk dat de transponders door alle rijders op identieke wijze en in identieke oriëntatie t.o.v. het antenneveld worden gedragen. Afwijking van de norm veroorzaakt onnauwkeurigheid in de plaatsbepaling. Uitgaande van gangbare snelheden bij het langebaanschaatsen mag de spatiele onnauwkeurigheid niet meer dan +/-7 cm bedragen, anders is een nauwkeurigheid van 10 ms (1/100 s.) niet meer haalbaar.
Een correcte montage van de transponders is net boven de enkel, met de transponder aan de buitenzijde of de voorzijde van beide enkels.
Een ieder zal zich onmiddellijk afvragen hoe het dan zit met de afwijking die ontstaat doordat de transponder om de enkel wordt gedragen en niet op de punt van de schaats is gemonteerd. Het antwoordt luidt eenvoudig dat de enkel het beste praktisch uitvoerbare montagepunt is. Voor de gemiddelde aftstand tussen enkel (transponder) en de punt van de schaats kan worden gecorrigeerd. Deze correctie is helaasr niet exact, omdat deze van persoon tot persoon kan verschillen en tevens afhankelijk is van de snelheid en de hoek die de schaats met de finishlijn maakt. Ervaring heeft geleerd dat de spatiele onnauwkeurigheid bij deze methode van dragen beperkt blijft tot circa +/- 4 cm.

Het is succesvol gebleken om het hart van de antennelus op 26 cm voor de finishlijn te leggen. In dat geval valt het moment van transponderdetectietijd samen met het moment dat de punt van de schaats de finishlijn raakt. Er is dan geen tijdcorrectie nodig en het probleem van snelheidafhankelijkheid is nagenoeg geelimineerd. (Er zijn natuurlijk uitzonderingen (val) denkbaar, waarbij deze aanname niet geldig is.)

 

Detectiemethode van de transponder:


Zodra een schaatser binnen het antenneveld komt, wordt de transponder “wakker geschud” en begint de transponder actief zijn unieke code uit te zenden. Dit gebeurt heel snel en wordt herhaald zolang de transponder binnen het gezichtsveld van de antenne is. (zie noot 5)
De AMB antenne-interface en de bijbehorende AMB transponder receiver ontvangen de codes van de transponder(s) en registreren tijdens de luspassage het ontvangen signaalprofiel dat wordt gevormd door de reeks van ontvangen tijdcodes. Daaruit kan het moment van passeren van de finishlijn vastgesteld worden. Tevens wordt statistische informatie verstrekt over signaalsterkte, ruis niveau en het aantal code hits tijdens de passage van de antennelus. Al deze informatie wordt semi real-time vanuit de AMB decoder verstuurd naar de ETWClock PC via een RS232C interface of over 10/100Mb-Ethernet.

Bijzonder van deze detectiemethode is dat dit systeem ook werkt, wanneer meerdere transponders gelijktijdig over de antenne (finishlijn) passeren. Aan deze laatste eigenschap dankt het systeem zijn unieke mogelijkheden om het finishmoment van bijvoorbeeld de 1e schaats van de 3e rijder uit een ploeg van 4 schaatsers vast te kunnen stellen. Ook bij langebaanwedstrijden in kwartetten zal het niet langer een probleem zijn, wanneer rijders elkaar precies op de finish in dezelfde baan inhalen.

Bij de verwerking van de informatie die de AMB transponder receiver levert aan de ETWClock software moeten een aantal specifieke eigenschappen van het AMB systeem in ogenschouw worden genomen.

Noot 5: Bij langdurig verblijf zal de batterij van de transponder leeg raken, en wordt de levensduur van de actieve transponder verkort.


Toepassingsmogelijkheden:

De praktische bruikbaarheid van het systeem staat of valt uiteraard met het dragen van unieke transponders door elke schaatsenrijder. Vanuit kostentechnisch en logistiek oogpunt is dit geen triviaal probleem. Andersom biedt een dergelijk systeem ongekende mogelijkheden als alle licentiehouders en een groot aantal recreatieve schaatsers over een eigen vaste transponder zouden beschikken. Het zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het probleem van de koppeling tussen deelnemers en tijden bij wedstrijden met SARA/ET. Maar ook buiten wedstrijden om kan een dergelijk systeem worden gebruikt om rondetijden tijdens trainingen of recreatieve uren te registreren.


Nadelen en bedenkingen:

Aanvankelijk waren er bedenkingen over de onbewezen betrouwbaarheid en nauwkeurugheid van transpondersystemen. Na 3 seizoenen testen en verder ontwikkelen kan worden gesteld dat het AMB ChipX systeem voldoet aan alle eisen om als zeer betrouwbaar tijdsysteem bij langebaanschaatsen te gebruiken. Met AMB ChipX kunnen tijden in een resolutie tot 1/100s worden gemeten.

Overigens kunnen verschillende transpondersystemen niet zomaar onderling worden vergeleken. Voor zover bekend is ChipX het enige transpondersysteem dat voldoende betrouwbaarheid en nauwkeurigheid bereikt.
En veel gehoord nadeel zou de kostprijs van de transponders betreffen, waarvan er 2 nodig zijn voor elke deelnemer. Ofschoon de transponders afzonderlijk goed betaalbaar zijn, loopt de totale investering hoog op, wanneer naar het totaal van duizenden licentiehouders wordt gekeken. Voor grote wedstrijden, waar met leentransponders wordt gewerkt, geldt dit argument uiteraard veel minder. In een huurkoop contructie lijkt het haalbaar personal ChipX transponders te verkrijgen voor een bedrag van circa 25 tot 30 euro per jaar.


Implicaties voor de ET-interface:

Omdat de antennelus over de hele baan strekt worden voortdurend transponders gedetecteerd van niet alleen wedstrijdrijders in de wedstrijdbaan, maar ook van andere rijders, die rondrijden in de inrijbaan. De ETWClock software discrimineert door alleen te reageren op transponders die een code melden van rijders die in de betreffende rit volgens SARA/ET worden verwacht. Andere codes worden toegeschreven aan rijders in de inrijbaan en worden genegeerd. (Noot 6)
Het is daarom evident dat een uitbreiding van de startlijst/deelnemerslijst noodzakelijk is, opdat de ETWClock software “weet” welke transpondercodes in welke rit verwacht mogen worden.
De software interface is voorzien van een eenvoudige editor, waarmee met elk startnummer maximaal 8 transpondercodes geassocieerd kunnen worden. Dit komt overeen met een ploeg van maximaal 4 schaatsenrijders. Bij gewone langebaanwedstrijden worden uiteraard per startnummer slechts 2 transpondercodes geassocieerd.

Een koppeling met SARA is inmiddels gelegd. In de SARA database zijn de vereiste tabellen aangepast om transponders aan de juiste deelnemers te kunnen koppelen.

Noot 6: De codes afkomstig van rijders op de inrijbaan worden wel gebruikt om voor de start de correcte werking van transponders te kunnen controleren.

Tijdelijke deactivatie via de software:

De transponderdetectie is overigens niet continue geactiveerd. Voor de start is het systeem standaard gedeactiveerd. Zodra de rijders gestart zijn, wordt de softwaredetectie automatisch geactiveerd. Dit blijft de hele rit het geval tot direct na de finish. Zodra de finish is gepasseerd wordt de betreffende rijder of ploeg weer gedeactiveerd. Dit voorkomt dat een herhaalde finishpuls kan optreden als een rijder een ronde na de finish heeft uitgereden, terwijl nog niet de volgende rit –en daarmee een andere transpondercode- is geselecteerd.
Het is op elk moment mogelijk handmatig een rijder of ploeg te deactiveren en weer te activeren. Bij het activeren zal tevens de interne teller, waarmee het aantal rijders binnen een ploeg wordt geteld, gereset worden.

Volgordeanalyse en decodering:

Ander punt is dat niet impliciet verondersteld mag worden, dat de transponder die het eerste de finishlijn passeert (en dus ook de snelste tijd heeft), ook als eerste informatie aan de ETWClock PC aanlevert. Wanneer een tweede of volgende transponder bijna gelijktijdig volgt kan de volgorde van informatietransmissie verwisseld zijn. Voor de bepaling van de snelste schaats van een zelfde rijder, dient dus gekeken te worden naar de snelste transponder/tijd combinatie van die rijder. De ETWClock software mag dus niet direct na ontvangst van EEN transponder concluderen dat dit ook DE tijd is, waarop de bijbehorende rijder de finish passeert. Er moet altijd enige tijd gewacht worden op de tweede transponder. Pas wanneer na een zekere timeout tijd geen tweede transponder van dezelfde rijder is gedetecteerd, kan een timeout fout worden vastgesteld en zal de ETWClock software de tijd van de enige ontvangen transponder als DE tijd aanmerken. ETWclock rapporteert in de log-file wel een timeout waarschuwing. Uiteraard heeft een dergelijk voorval ook een wezenlijk vertragend effect op de vaststelling van het finish-event, omdat eerst de timeout tijd moet worden afgewacht.

Ook de vaststelling van de derde rijder uit een ploeg van 3 of 4 schaatsers is niet triviaal. Per schaatser moeten immers de transponders bij elkaar worden gezocht. Wat telt is de tijd van de eerste transponder (schaats) van de 3e rijder. Dat betekent dat van de 2 voorafgaande rijders ten minste 1 transponder gedetecteerd moet zijn.
Nog lastiger wordt het als rekening gehouden moet worden met een 4e rijder, die eventueel van de ploeg kan zijn afgehaakt, maar nog wel ergens op de baan rondrijdt. Zo’n rijder heeft een transpondecode, die geldig is voor de betreffende rit, maar misleidend is t.o.v. de telling van de resterende ploeg. Dit fonomeen is nog niet ondervangen in de huidige codeimplementatie en kan in de praktijk alleen worden ondervangen door het handmatig deactiveren en activeren van een ploeg. Zolang de ploegenachtervolging met 3 rijders wordt verreden is deze beperking uiteraard niet relevant.

Tijdvertraging (terugspringende klok effect):


Na de detectie van een transponder is enige tijd nodig om de juiste transpondercode en tijdinformatie te verzamelen en te versturen naar de ETWClock PC. Al met al heeft dit tot gevolg dat aan de finish het bekende effect “van de terugspringende klok” kan worden waargenomen op het scorebord of op TV. Dit komt omdat de lopende tijd afkomstig is van de MicroClock en deze loopt nagenoeg synchroon met de werkelijke tijd. Ook vlak na het passeren van de finish loopt deze tijd gewoon verder. Inmiddels is de transponder al wel gedetecteerd en is ook wel de correcte tijd vastgesteld, maar ETWClock is hiervan nog niet op de hoogte. Pas na duidelijk zichtbare vertraging is ook binnen ETWclock de transpondertijd bekend en wordt deze aangegeven als tussentijd of eindtijd. Die tijd is echter bijvoorbeeld van 0.5 seconde daarvoor en de oplettende kijker ervaart dus het effect “van de terugspringende klok”. Het mag duidelijk zijn, dat hier niets aan de hand is met de tijdregistratie.

Technisch kan dit probleem deels worden ondervangen door ook de lopende klok vanaf het startmonent te vertragen. De visuale vertraging in de orde van 2 tot 10 meter na de finish kan niet worden geelimineerd.


 

 

 

   

Menu

Home
Versies en updates

     Versie 15.x 2008/2009

     Versie 14.x 2007/2008

     Versie 12.x 2006/2007

     Versie 11.x 2005/2006

     Versie 10.x 2004/2005

     Versie 9.x 2003/2004

Instellingen

     Wedstrijd Type

     IJsbaan bediening

     AMB Transponders

     Directories

     Live HTML

MicroClock

     Hardware

     Software

     Ploegenachtervolging

     Inputbox

     Switchbox

Optical detectors

     Hardware

Scorebord

     Anatec Eindhoven

     Anatec Standaard

     Anatec Thialf

     Configuratie
     Deventer

     PMG_Sign
IJsbaan

     IJsbaan bediening

AMB

     AMB Transponders

     ChipX scherm

     Mass Start scherm

     FotoFinish scherm

     AMB Testresultaten

     AMB Bediening

     AMB Bekabeling

Technische informatie

     Remote communicatie

     Bronbestanden