| AMB
Transponders Testresultaten (2004, 2005 en 2006).
Laatste
update: 2008-01-01
Het seizoen
2007/2008 is voor de jury schaatstijdwaarnemers turbulent begonnen.
Na de dubieuze eindtijd van Simon Kuipers tijdens de WorlkdCup in
Calgary zijn de nodige twijfels gerezen rondom de betrouwbaarheid
van de elektronische tijdwaarneming. In ieder geval is er eindelijk
aandacht gekomen voor een fundamenteel probleem van optische detectoren:
het probleem dat een schaatser geheel of gedeeltelijk over de lichtstraal
kan stappen. Een "stepover" leidt in een dergelijk geval
tot een optische tijd die 0.01 s tot 0.05 s langzamer is dan de
tijd, waarop de punt van de schaats de finish bereikte.
Tijdens
het NK Afstanden 2007/2008 en tijdens de WorldCup 5,6,7 december
2007 in Heerenveen kan uit de gedetailleerde rapportage zonder enige
twijfel geconcludeerd worden dat ChipX transponders alle tijden
binnen de gewenste 1/100 s correct hebben geregistreerd. Iets wat
niet zonder meer gezegd kan worden over de optisch gedetecteerde
eindtijden, die -behalve in de B-groep- als officiele eindtijd zijn
gebruikt.
De rapportage
omvat van beide toernooien alle eindtijden van alle deelnemers,
waarbij de eindtijden van 3 meetsystemen tot op 1/1000 s zijn vergeleken.
De 3 meetsystemen betreffen klassieke optische detectie, transponder
detectie en foto-finish. (De vergelijking is uitgevoerd in 1/1000
s resolutie, zonder te beweren dat die 1/1000 s digit ook daadwerkelijk
significant is).
Uit de
rapportage wordt ook bevestigd dat ChipX transponders in geval van
een normale finish (geen "stepover") iets onnauwkeuriger
is dan klassieke optische detectie. Die onnauwkeurigeheid valt echter
binnen de grenzen van de gewenste resolutie van 1/100s. Omdat transponders
ongevoelig zijn voor het "stepover" probleem, is het gebruik
superieur aan klassieke optsiche detectie.

In de
bovenstaande figuur staat bovenaan de nauwkeurigheidsdistributie
van alle transpondertijden . Elke witte vertikale lijn geeft een
1/100 s grens aan. Te zien is dat alle tijden binnen een +/- 1/100
s interval blijven. In de onderste grafiek staat de nauwkeurigheidsdistributie
van de optsiche detectoren. De omcirkelde metingen hebben hun oorzaak
in "stepovers", zoals aangegeven in de 2 foto finish voorbeelden
eronder.
Ook tijdens
kwartetten in de B-groep werd nog eens bewezen dat transponders
zich niets aantrekken van lastige kwartetten, waarin rijders elkaar
inhalen of zelfs (bijna) gelijktijdig de finishlijn in dezelfde
baan passeren.
Toch worden transponders
nog altijd niet als hoofdtijdwaarneming gebruikt. De langere reaktietijd
aan de finish, die in ongunstige gevallen kan oplopen tot ruim 10
meter wordt als erg storend ervaren door de kijkers op TV.
Ook tijdens
het WK Sprint hebben de ChipX transponders zich wederom bewezen.
Binnen de tolerantiegrens van 1/100-ste waren alle trabspondertijden
zonder correctie correct. Door de nieuwe ISU regel, is voor de uiteindelijke
eindtijd de foto-finishtijd leiden geweest en dat heeft een groot
aantal tijdcorrecties tot gevolg gehad. In de meeste gevallen ging
het om tijdverschillen van enkele ms, die door het "truncationprobleem"
een 1/100-ste tijdverschil geven. Voor alle duidelijkheid een voorbeeld
van het "truncation probleem": optische tijd: 35.00(0),
foto-finish 34.99(8) wordt 34.99 officieel.
Historisch
verslag sinds 23 december 2005:
Onderstaand
op deze pagina staat een historisch overzicht van een aantal belijkrijke
testresultaten uit de testperiode vanaf 2004. NB: Deze testresultaten
hebben geleid tot productaanpassingen en de ontwikkeling van ChipX.
Betreffende resultaten zijn daarom thans achterhaald en verbeterd.
Op
deze pagina staan enige testresultaten van de laatste testwedstrijd
met AMB transponders (Thialf Heerenveen, STD, 23 december 2005).
De resultaten van de verbeteringen liegen er niet om: de gewenste
resolutie van 1/100s is min of meer bereikt.
Het
plan is om de elektronische tijdwaarneming bij zowel het NK-Junioren
en de WorldCup Finale met transponders te doen. Als backup en controle
tijdwaarneming zal met foto-finish apparatuur van FinishLynx worden
gewerkt. De technische configuratie lijkt thans voldoende nauwkeurig
en betrouwbaar om met transponders te werken. In deze configuratie
zijn op de baan de optische finish detectoren verdwenen.
Onderstaand
als voorbeeld een grafiek met alle waarnemingen en bijbehorende
afwijking t.o.v. de foto-finish in 1/1000-ste (1ms) van de 1500m
heren.

Historisch
verslag sinds de eerste tests in 2004/2005:
Op
deze pagina wordt kort verslag gedaan over de bevindingen tijdens
het NK Junioren in Assen, waarbij een test is uitgevoerd met transponders
van AMB.
Tevens
worden enige conclusies gemeld n.a.v. de overige testresultaten
die tijdens het seizoen 2004/2005 zijn verzameld, waaronder tijdens
de WorldCup Finale in Thialf Heerenveen.
Doelstelling
en context:
Het
toevoegen van een ploegenachtervolging aan langebaanwedstrijden
vergt een andere wijze van tijdregistreren dan de gebruikelijke
tijdwaarneming voor langebaanwedstrijden. In samenwerking met de
I.S.U. zijn we bezig om tijdwaarneming op basis van een transpondersysteem
te ontwikkelen. Voor het langebaanschaatsen zien we ook een optie
om het transpondersysteem te gaan gebruiken. Vooral bij wedstrijden
die verreden worden in kwartetvorm kan transponderregistratie een
verbetering zijn bij het registreren van tijden. Transponders kunnen
ook tijdens trainingen worden gebruikt om rondetijden te meten.
Testen:
Voordat
een systeem operationeel kan worden ingezet is het van groot belang
om zo veel mogelijk testdata te verkrijgen. Hiermee krijgen we inzicht
in de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van het systeem. Het zou
bijzonder onzorgvuldig zijn om aan te nemen dat transpondersystemen
vanzelfsprekend voldoende nauwkeurig zijn om de conventionele tijdmeetappatuur
te vervangen.
Drie tijdwaarnemingsystemen:
Tijdens
het NK Junioren is gebruik 3 tijdwaarnemingssystemen, waarvan de
resultaten met elkaar zijn vergeleken:
- Standaard officiele KNSB/ISU tijdwaarneming
op basis van "elektronische ogen" bij de finish
- Transpondersysteem met transponders om de beide
enkels van de schaatsers
- Foto-finish camera (FinishLynx), waarmee het
tijdverschil tussen punt van de schaats en de enkel met de transponder
kan worden bepaald.
Meetmethode:
Als uitgangspunt
is de huidige officiele KNSB tijdwaarnemingsapparatuur genomen,
die wordt gebruikt bij officiele KNSB en ISU langebaanwedstrijden.
Deze apparatuur werkt met "elektronische ogen" op de finishlijn,
die reageert op de punt van de schaats. De relatieve nauwkeurigheid
van de finishdetectie bedraagt ongeveer 1ms (ofwel 1/1000s). De
tijd van deze apparatuur is tijdens het NK Junioren als enige officiele
tijdwaarneming gebruikt en geldt als referentietijd.
De officiele
tijd is vergeleken met de tijd afkomstig van transponders om de
enkels van de schaatsers. Hierbij is gebruik gemaakt van in totaal
2x 120 transponders van het type AMB Elite. Deze transponders wegen
inclusief bandje circa 19gram per stuk. Volgens leverancier AMB
zou een nauwkeurigheid van 10ms (1/100s) zeker haalbaar moeten zijn.
Omdat
de transponders om de enkels worden gedragen, hebben de transponders
een fundamenteel tijdnadeel t.o.v. de punt van de schaats, zoals
die door de officiele tijdwaarneming wordt gemeten. Dit tijdnadeel
is afhankelijk van de snelheid. Om dit tijdverschil inzichtelijk
te maken is gebruik gemaakt van een foto-finish camera van FinishLynx.
Met dergelijke apparatuur kan op ms niveau dit tijdverschil worden
gemeten.
Bij de
evaluatie van de meetresultaten zijn de AMB transpondertijden gecorrigeerd
t.o.v. de punt van de schaats. Tijdens de 1500m heren neo senioren
leek de gemiddelde correctietijd volgens de Finishlynx apparatuur
26ms te bedragen. Op de tweede testdag is een finishcorrectietijd
in de sourcecode van ETWClock verwerkt. De gebruikte correctietijden
waren 28ms voor afstanden <=1000m, 26ms voor de 1500m, 23ms voor
de 3000m en 22ms voor de langere afstanden.
Resultaten:
Uit de
testresultaten, verzameld op de 2e dag van het NK Junioren, kan
worden geconcludeerd dat het AMB transpondersysteem zonder meer
pretentie heeft. Of het systeem onder alle omstandigheden een nauwkeurigheid
van 10ms (1/100s) haalt is nog niet helemaal bewezen. Het systeem
werkt uitermate betrouwbaar, voor wat betreft het "stabeen"
en detecteert ook bijna alle doorkomsten van het "achterste
been", dat soms hoger boven het ijs over de finish gaat. Op
enkele uitzonderingen na vielen de metingen, binnen de toleranties
van de meetnauwkeurigheid van +/- 1/100s. Er zijn op de 1e testdag
geen afwijkingen groter dan +/- 2/100s gemeten. Wel moet worden
opgemerkt dat niet alle testresultaten op de zaterdag bruikbaar
zijn, i.v.m. technische aanloopproblemen tijdens het ochtendprogramma.
Op zondag
6 februari heeft het transpondersysteem bij bijna alle ritten gefunktioneerd.
De meetresulataten op deze 2e testdag zijn in overeenstemming met
de bevindingen van de voorgaande dag. Toch is in een aantal uitzonderingen
een afwijking >2/100s gemeten. Er wordt nog nagedacht over een
technisch sluitende verklaring hiervoor.
Onderstaande
grafieken geven een overzicht van de gemeten afwijking van de AMB
transponders met de officiele tijdwaarneming. Op de horizontale
as staat de distributie als reeks <-0.02s, -0.02s, -0.01s, gelijk,
+0.01s, +0.02s, >+0.02s. Vertikaal staat het aantal waarnemingen,
waarbij alle doorkomsten zijn meegenomen. De 6 grafieken hebben
betrekking op de laatste 6 afstanden van het NKJ toernooi (3000m
Jun B, 500m Jun C en 1500m Jun C).
In alle
gevallen is reeds een tijdcorrectie verwerkt voor het afstandverschil
tussen punt van de schaats en de positie van de transponder (om
de enkel). Uit de verdeling blijkt dat de toegepaste tijdcorrectie
te voorzichtig is geweest.
(NB:
Helaas was in de gebruikte testcode een bug geslopen, waardoor de
afstandsafhankelijke tijdcorrectie verkeerd heeft gewerkt. In de
grafrieken staan de waarden van het toegepaste algoritme. Voor de
1500m grafieken heeft dit geen gevolgen. Ook op de overall distributie
heeft dit nauwelijks effect. De 500m grafiek is 4ms naar links verschoven.
De 3000m grafiek is voor de meisjes 1ms naar rechts en voor de jongens
5ms naar rechts verschoven. Dit laatste verklaart ook de verschoven
verdeling tussen jongens en meisjes op de 3000m).

Fig 1:
Overall, gem. finish correctie=26ms.

Fig 2:
Meisjes en jongens 3000m Jun B, Finish correctie=resp. 27ms en 23ms.

Fig 3:
Meisjes en jongens 500m Jun C, Finish correctie=28ms.

Fig 4:
Meisjes en jongens 1500m Jun C, Finish correctie=26ms.
Conclusies:
Ofschoon
de meetresultaten nog niet 100% overtuigend zijn, lijkt het het
AMB systeem de beloftes waar te maken en is wellicht een goede toekomst
weggelegd voor een verantwoorde toepassing van transponders bij
het langebaanschaatsen.
De gewenste
nauwkeurigheid van +/-0.01s (of beter) is nog niet bereikt. De nauwkeurigheid
tijdens de tests lag in de orde van +/-0.02s.
Tijdens
de ritten die in kwartetten werden verreden was het een aangename
ervaring om te zien dat geen enkele bediening noodzakelijk was om
de volgorde van de rijders correct te houden. Dankzij de transponders
is immers impliciet duidelijk wie de finishlijn passeert.
Het toepassen
van een tijdcorrectie aan de finish voor de positie van de transponder
is niet eenduidig en afhankelijk van de snelheid waarmee de rijder
de finishlijn passeert. Op 2 uitzonderingen na zijn de gevallen,
waarin <-0.02s of >+0.02s werd gemeten verklaarbaar o.a. door
bijvoorbeeld een sterk afwijkende (lage) snelheid na een val, waardoor
de tijdcorrectie onjuist is. Het is wellicht verstandiger de antennelus
asymetrisch t.o.v. de finishlijn te plaatsen. Door het hart van
de antennelus circa 28 cm voor de finishlijn te leggen, zal het
moment van transponderdetectie ongeveer overeen komen met het moment
dat de punt van de schaats de finishlijn raakt. In dat geval vervalt
de finishcorrectie en is de snelheidsafhankelijkheid geelimineerd.
Alle rijders
en rijdsters hebben uitstekend meegewerkt aan dit experiment door
de transponders correct te dragen. Juist dat heeft belangrijk bijgedragen
aan de betrouwbaarheid van onze metingen. Helaas heeft 1 rijder
op zondag (abusievelijk) verzuimd de transponders tijdens de wedstrijd
te dragen.
Follow
up:
De testresultaten
worden verwerkt als verbeteringen in de ETWClock software.
Meer testresultaten
zullen worden verzameld tijdens de WC Finale in Thialf Heerenveen
en tijdens het NK Ploegenachtervolging in Utrecht. Ook in het seizoen
2005/2006 zullen verdere testresultaten verzameld worden, waaronder
tijdens het NK Junioren in Groningen.
Volgens
AMB is nog enige verbetering t.a.v. nauwkeurigheid aan de transponders
mogelijk, door deze transponders beter af te stemmen op de bewegingsrichting,
snelheid en orientatie bij het schaatsen.
In samenwerking
met AMB moet worden onderzocht hoe de incidenteel gemeten tijden
met een tolerantie groter dan 2/100s verklaard kunnen worden. Dit
is inmiddels duidelijk en er wordt gewerkt aan een technische verbetering
van het systeem.
Een bijzondere
meerwaarde ontstaat als het mogelijk zou zijn, om met behulp van
een tweede antennelus, de inrijbaan van de wedstrijdbaan te kunnen
onderscheiden. In dat geval is niet meer nodig om precies te weten,
welke transponders in de wedstrijdbaan zitten en kan in voorkomende
gevallen afwijkend van de startlijst gestart worden, zonder dat
problemen ontstaan met transponders van rijders op de inrijbaan.
Resultaten
bij de WC Finale in Thialf 2005:
Tijdens
een vervolgtest bij de WC Finale in Thialf 2005 en later tijdens
een testwedstrijd in Nijmegen is gebruik gemaakt van experimentele
techniek, gebaseerd op iets andere decoder firmware, iets gemodificeerde
transponders van het type AMB Activ en een smallere antennelus (alleen
bij de test in Nijmegen).
Ofschoon
de eindresulaten van de tests nog niet openbaar zijn, kan vastgesteld
worden dat de nauwkeurigheid van 95% van de waarnemingen (uit 2x
181 tijden) binnen -10ms en +1ms ligt (of na hartlijncorrectie van
de antennelus tussen -7ms en +4ms). Voor 100% van de waarneming
lag de afwijking tussen de -22ms en +4ms.
Een beperkt
aantal waarnemingen wordt bij een 60cm lus incorrect (te vroeg)
vastgesteld. Dit euvel is verklaard en lijkt te verhelpen door toepassing
van een smallere lusbreedte van 45cm.

Samengevat
mag worden geconcludeerd dat na doorvoering van een aantal technische
aanpassingen een nauwkeurigheid van +/- 1/100s bereikt wordt. Dit
is dus wezenlijk nauwkeuriger dan de hierboven gepubliceerde resultaten
van het NK Junioren.
|